Foto Nieuwe Tilburgsche Courant 19-10-1929
Op donderdag 17 oktober 1929 werd tramlijn 24 in gebruik genomen, als verbinding van de net opgeleverde Stadion- en Beethovenbuurt met het Centraal Station. Eindpunt van de tram was de Olympiaweg bij de Herculesstraat. Haltes in de Beethovenstraat kwamen er bij het Noorder Amstelkanaal, de Euterpestraat (nu Gerrit van der Veenstraat) en de Stadionweg, waar ze 71 jaar later nog steeds zijn. De tramstellen waren herkenbaar aan groen-gele kopborden. Er werd aanvankelijk gereden met elf tramstellen, vanaf 1930 bij drukte met bijwagens; in 1932 waren er al 21 tramstellen op deze lijn.
Van 20 december 1932 tot 9 oktober 1944 (na die datum kwam het tramvervoer vanwege gebrek aan elektra stil te liggen) reed er ook een tram 24R, die helemaal doorreed tot aan het Olympisch Stadion, maar niet naar het Centraal Station ging en in plaats daarvan een lus maakte over het Rembrandtsplein en de Reguliersbreestraat. Lijn 24R was populair bij Duitse emigranten die naar het Rembrandsplein gingen, in het bijzonder Café Schiller, aldus een jubileumartikel in NRC Handelsblad over vijftig jaar lijn 24.
Lijn 24 R in 1943 - Foto Brahn/Amsterdamsetrams.nl
Tram 24 was in de jaren dertig diverse malen betrokken bij ernstige verkeersongelukken in de Beethovenstraat. Op 29 november 1936 schepte de tram op de kruising met de Apollolaan een 36-jarige wijkverpleegster op een motorfiets. Zij overleed later aan een schedelbasisfractuur in het Wilhelmina Gasthuis.
Op de ochtend van Oudejaarsdag 1936 werd op ongeveer hetzelfde punt een touringcar met feestgangers uit Hilversum in de flank gegrepen. De bus was plotseling gestopt op de tramrails omdat de bestuurder werd afgeleid door een vrouw met een misselijk kind, waarna de trambestuurder niet meer tijdig kon remmen. Er vielen zeven gewonden.
Op 5 april 1939 was er opnieuw een ernstig ongeluk met tram 4, nu ging het om een botsing met een vrachtwagen met een met stenen beladen oplegger die uit de Jan van Eyckstraat kwam. Er vielen geen slachtoffers, de krant maakt alleen melding van een "ernstig gehavende overjas" van een passagier en het volkomen ingedrukte voorbalkon van de tram.
Beethovenstr/JM Coenenstr 11 oktober 1955 - Foto Amsterdamstrams.nl
dinsdag 26 oktober 2010
woensdag 29 september 2010
Nazikarikatuur brandstichting Beethovenstraat
Vanaf vandaag zijn via de website Historische Kranten (http://kranten.kb.nl/) van de Koninklijke Bibliotheek 1200 kranten uit de bezettingstijd toegankelijk, waaronder ook diverse nazistische kranten met bijzonder materiaal.
Het nazitijdschrift 'Metro', niet te verwarren met het huidige dagblad 'Metro', drukte een karikatuur af naar aanleiding van de executie van 29 onschuldige burgers op de hoek van de Apollolaan/Beethovenstraat op 24 oktober 1944, als represaille voor de liquidatie de dag daarvoor van de Duitser Herbert Oelschlägel, een beruchte jager op verzetslieden. De Duitsers staken die dag ook twee villa's aan het begin van de Beethovenstraat in brand.
vrijdag 3 september 2010
Pension Beethovenstraat 16 Revisited 2
Vorig jaar meldde ik dat de roman van Sarah Schmidt over het pension van haar NSB-gezinde grootouders op Beethovenstraat 16 niet zal verschijnen:
http://standplaatsbeethovenstraat.blogspot.com/2009/10/boek-over-pension-beethovenstraat-16.html
Haar vader Eugenius Schmidt (1929) laat mij nu weten dat hij zelf bezig is met het schrijven van een boek over zijn ouderlijk huis, waar hij van zijn 3de tot zijn 24ste gewoond heeft.
Het pension heeft tot 1985 bestaan, zijn moeder Maria Schmidt-Tavenier heeft het tot haar 89ste gerund.
zondag 13 juni 2010
De Italiaanse maffia in de Beethovenstraat
Dat zich achter de gevels van de Beethovenstraat soms duistere zaken afspelen, is geen nieuws. Maar Italiaanse maffia in de straat? In pyjama en op pantoffels? Dat doet toch meer denken aan een scène uit The Sopranos.
Maar de opening van het boek De Italiaanse maffia in Nederland van onderzoeksjournalisten Stan de Jong en Koen Voskuil is geen fictie maar werkelijkheid. Zij beschrijven daarin hoe op een koude ochtend eind februari 2002 een Italiaan met het zwarte haar in een paardenstaart, in pyjama en op pantoffels, door een intercom staat te schreeuwen in het winkeldeel van de Beethovenstraat. Het is het voortvluchtige maffialid Adriano Palazzo. Binnen in het pand zitten drie andere leden van de maffiatak Sacra Corona Unita, onder wie ook de eveneens voortvluchtige boss Filippo Cerfeda, bijgenaamd De Kale. Zij hebben enkele dagen daarvoor 20 kilo cocaïne bemachtigd bij een ripdeal, en die partij is op dat moment nog in huis, evenals diverse vuurwapens. Ze schrikken zich daarom een ongeluk als hun collega Palazzo plotseling buiten zinnen van het coke snuiven voor de deur staat. Door dit incident voelen ze zich niet meer veilig en vertrekken uit de woning in de Beethovenstraat. Op welk huisnummer dit tafereel zich heeft afgespeeld, wordt niet vermeld. Uit een latere getuigenis van de man met de paardenstaart blijkt dat het gaat om een appartement op de tweede verdieping, ergens tegenover Hotel Beethoven naast restaurant Calzone. Wat een en ander te maken heeft met de moord op twee Brazilianen langs de A12 bij Woerden eerder in februari 2002, zal ik hier niet verklappen.
Later in 2002 nemen Cerfeda en zijn mannen opnieuw hun intrek in de Beethovenstraat, nu in illegale onderhuur in een appartement op een-hoog, recht tegenover hun eerdere woning (huisnummer is de auteurs onbekend). Na een klacht van buren staan er op een ochtend ineens twintig politieagenten voor de deur. Het huis ligt vol vuurwapens, restanten coke en 180.000 euro cash geld. Cerfeda springt met het geld aan de achterkant uit een raam en weet via de tuinen te ontsnappen. In 2003 wordt hij in Ridderkerk alsnog gearresteerd en uitgeleverd aan Italië, waar hij voor elf moorden dertig jaar cel krijgt.
Wie meer wil weten over de handel en wandel van de Italiaanse maffia buiten de Beethovenstraat leze dit geweldige, diepgravende boek (nu al tweede druk).
Met het oog op de geschiedschrijving van de Beethovenstraat hoor ik graag van bewoners op welke huisnummers de bende heeft gewoond en op welke datum de inval is geweest.
woensdag 2 juni 2010
Pension Beethovenstraat 16 revisited
Dat maakte mij nieuwsgierig naar de misstappen van het echtpaar Schmidt. Reden voor een bezoek aan het Nationaal Archief in Den Haag, waar zich de dossiers bevinden over de naoorlogse berechting van Eugenius Gerardus Schmidt (13 oktober 1893). Het leverde een verrassend verhaal op.
Schmidt werd op 14 mei 1945 aangehouden door agent Cuper, die hem overbracht naar de Corellistraat (waarschijnlijk naar het schoolgebouw aldaar). Via het kamp voor gedetineerde NSB'ers aan de Levantkade in Amsterdam belandde hij uiteindelijk in kamp 'Bosch en Duin' in Bakkum. Na zijn arrestatie had zijn vrouw Maria Gijsberta Buhrer Tavenier (13 december 1896) – met wie hij sinds 14 december 1927 getrouwd was – vergeefs geprobeerd hem vrij te krijgen. Zij vond dat haar man niets had misdaan.
Rechercheur Rijneke deed buurtonderzoek naar Schmidt en sprak met oud-pensionbewoners. Uit zijn onderzoek bleek dat Schmidt in 1940 lid van de NSB was geworden, nadat hij zich had laten meeslepen door het enthousiasme van pensionbewoner Oerlemans. Schmidt had nooit een NSB-uniform gedragen, in tegenstelling tot een van zijn andere pensiongasten, Van der Tas. Na het begin van de Jodenvervolging was Schmidt gaan beseffen dat hij een verkeerde keuze had gemaakt en had in de loop van 1942 zijn NSB-lidmaatschap opgezegd.
Nadat de razzia's ook pension Beethovenstraat zelf hadden bereikt was hij nog feller anti-nazi en anti-NSB geworden. Op 14 september 1942 had de Joodse pensiongaste Debora Trompetter-Cohen, die er al vier jaar woonde, onder zijn ogen zelfmoord gepleegd met een overdosis van het slaapmiddel Veronal. Schmidt had daarna onderdak gegeven aan onderduikers, vooral studenten die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen, onder wie de zoon van oud-minister van Marine H. Bijleveld. Hij had zich ook ontfermd over Anna en Alida Barmhartigheid, twee Joodse zussen die uit Westerbork waren gevlucht, en had hen van geld, valse persoonsbewijzen en een nieuw onderduikadres voorzien. Door verraad waren zij alsnog in een Pools concentratiekamp beland. Toen zij na hun terugkeer in juni 1945 van Schmidts arrestatie hoorden schreven ze dat dit een vergissing moest zijn.
Ook oud-pensionbewoner H. van Zalen nam het voor hem op en meldde dat Schmidt diverse malen zijn zwager, de verzetsstrijder Koolhaas, had laten logeren in het pension en bovendien geen punt had gemaakt van de illegale radio op zijn kamer. De getuigen meldden ook dat de Duitsers Schmidt vijf dagen gevangen hadden gezet, als represaille voor de liquidatie van de Duitse officier Herbert Oehlschlägel op 23 oktober 1944. Schmidt was een van de 56 bewoners geweest die de volgende uit hun huizen waren gehaald en getuige hadden moeten zijn van de fusillering van 29 gedetineerden uit de Weteringschansgevangenis, die niets van doen hadden met de liquidatie. De onderduikers in het pension hadden tijdig via het dak weten te ontvluchten.
De journalist C. van den Brugge kwam in juni 1945 eveneens in het geweer voor Schmidt. Hij vertelde dat Schmidt hem gastvrij had ontvangen nadat hij al zijn bezittingen was kwijtgeraakt bij het bombardement op het SD-hoofdkwartier in de Euterpestraat op 26 november 1944. Ook hij had hem leren kennen als fel anti-nazi. Dat Schmidt ooit lid was geweest van de NSB kon hij alleen maar toeschrijven aan politieke naïviteit.
De journalist C. van den Brugge kwam in juni 1945 eveneens in het geweer voor Schmidt. Hij vertelde dat Schmidt hem gastvrij had ontvangen nadat hij al zijn bezittingen was kwijtgeraakt bij het bombardement op het SD-hoofdkwartier in de Euterpestraat op 26 november 1944. Ook hij had hem leren kennen als fel anti-nazi. Dat Schmidt ooit lid was geweest van de NSB kon hij alleen maar toeschrijven aan politieke naïviteit.
De Commissie voor de Vrijlating pleitte al op 27 augustus 1945 voor de beëindiging van zijn detentie omdat hij nooit actief was geweest binnen de NSB. Het zou tot 30 oktober 1945 duren voor hij het kamp in Bakkum mocht verlaten. Op 18 april 1947 stelde het Bijzonder Gerechtshof Amsterdam Schmidt definitief buiten vervolging. Wel raakte hij voor tien jaar zijn kiesrecht kwijt en mocht hij geen openbare ambten bekleden of in het leger dienen.
Ik weet niet waarom Sarah Schmidt twijfelde over haar boodschap voor de lezer. Voor mij bevestigt de geschiedenis van haar grootouders de boodschap van De Koningin van Plan Zuid: de werkelijkheid van de Beethovenstraat in oorlogstijd was veelkleurig en complex en laat zich niet vangen in een zwart-witschema van goede en foute bewoners.
Ik weet niet waarom Sarah Schmidt twijfelde over haar boodschap voor de lezer. Voor mij bevestigt de geschiedenis van haar grootouders de boodschap van De Koningin van Plan Zuid: de werkelijkheid van de Beethovenstraat in oorlogstijd was veelkleurig en complex en laat zich niet vangen in een zwart-witschema van goede en foute bewoners.
zaterdag 29 mei 2010
De diskwalificatie van historicus André Swijtink

Vorig jaar beschreef ik op dit weblog hoe historicus André Swijtink in 1992 een valse start maakte in zijn proefschrift In de pas met een onjuiste passage over harteloze Amsterdammers die in juni 1943 tijdens een razzia zouden hebben doorgetennist op het Olympiaplein. (http://standplaatsbeethovenstraat.blogspot.com/2009/09/sport-op-het-olympiaplein-tijdens-de.html). Er waren geen tennisbanen op het Olympiaplein en bovendien verboden de Duitsers Amsterdammers om buiten te komen tijdens razzia's, zo schreef ik.
Ik was benieuwd of Swijtink deze passage zou hebben geschrapt in de herziene versie van zijn proefschrift die deze maand is verschenen onder de nieuwe titel Een sportman doet niet aan politiek. Hij was na het verschijnen van zijn proefschrift niet alleen gecorrigeerd in een ingezonden brief in NRC Handelsblad, maar had ook uitvoerige documentatie over de bewuste passage toegestuurd gekregen van een buurtbewoonster.
Tot mijn verrassing las ik op p. 184 van Swijtinks nieuwe boek dat hij het onjuiste citaat heeft gehandhaafd. Verbijsterend werd het toen ik doorbladerde naar een noot over de passage achter in het boek: "Feitelijk klopten de woorden van Herzberg niet. Op en rondom het Olympiaplein was geen tennisbaan. Bovendien waren er tijdens een razzia geen mensen op straat." De Doetinchemse historicus illustreert de houding van Nederlanders ten opzichte van hun joodse medeburgers dus welbewust met een onjuist citaat!
Wat heeft Swijtink bezield om het Herzbergcitaat te blijven koesteren? Viel het hem te zwaar om de valse start van zijn proefschrift ruiterlijk te erkennen? Historisch onderzoek is een zaak van voortschrijdend inzicht en fouten horen bij het vak. Maar auteurs die de oorlog benaderen vanuit een rigide goed-foutperspectief, zoals Swijtink, blijken wel vaker moeite te hebben om emotioneel afstand te houden tot hun onderwerp. Dat Swijtink een straatnaambord van de Karel Lotsylaan als een soort scalp aan de wand heeft hangen (zie mijn weblog van 27 mei), past in dat beeld van de verbeten historicus die koste wat kost blijft vasthouden aan de eigen twijfelachtige visie.
Met desastreus effect: na de valse start uit 1992 heeft Swijtink zichzelf nu definitief gediskwalificeerd.
donderdag 27 mei 2010
Straatnaambord Lotsy hangt op werkkamer historicus
Start van de derde etappe van de Giro d'Italia 2010 aan de voormalige Karel Lotsylaan
De kleindochter van de legendarische sportbestuurder Karel Lotsy (1893-1959) eist een straatnaambord op van de voormalige Karel Lotsylaan in Amsterdam. Dit bord blijkt in bezit van VU-historicus André Swijtink, wiens proefschrift ertoe leidde dat de Karel Lotsylaan in 1998 werd omgedoopt in de Gustav Mahlerlaan vanwege Lotsy’s vermeende collaboratie met de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kleindochter Ymkje van der Veen Meerstadt vroeg de gemeente indertijd haar de naambordjes te geven, maar deze verdwenen spoorloos.
Mijn speurtocht naar de bordjes in het kader van mijn biografie over Lotsy, De Dordtse magiër, bleef zonder resultaat. Ik benaderde daarvoor ook Swijtink, die mij in 2007 schreef dat hij “geen idee” had wat er met de straatnaambordjes gebeurd kon zijn. “Gelet op het (ontbreken van) historisch besef bij veel ambtenaren zijn ze waarschijnlijk bij het oude vuil gedaan.”
Gisteren las ik in De Gelderlander van 8 mei 2010 een interview met Swijtink naar aanleiding van zijn boek over sport in de oorlog, Een sportman doet niet aan politiek (een herziene versie van zijn proefschrift). De interviewer opende het artikel met een opmerking over het bord van de Karel Lotsylaan dat hij aan de muur van Swijtinks werkkamer zag hangen. De historicus vertelde de journalist dat hij dit "relikwie" als "studentengrap" had gekregen van spelers van zijn oude voetbalclub RKAVIC.
Ik heb André Swijtink per e-mail en via zijn uitgever Meulenhoff om commentaar gevraagd en heb hem herinnerd aan zijn uitspraak uit 2007. Ook heb ik hem gevraagd of hij bereid is het straatnaambord af te staan aan Lotsy’s kleindochter, die mij desgevraagd zei het bord nog steeds graag te willen hebben. Het blijft vooralsnog stil vanuit de Karel Lotsykamer in Doetinchem, waar hij leraar geschiedenis is.
Een anonieme reaguurder uit Doetinchem, die dit weblog al het hele weekend stuk leest, vraagt zich af of het hier een gestolen straatnaambord betreft. Onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut, aan de hand van een foto van het originele bordje, zal hier uitkomst moeten brengen.
Een anonieme reaguurder uit Doetinchem, die dit weblog al het hele weekend stuk leest, vraagt zich af of het hier een gestolen straatnaambord betreft. Onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut, aan de hand van een foto van het originele bordje, zal hier uitkomst moeten brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)







